Kiest de man voor de jongen?

14 maart 2017. Station Nijmegen. Bij gebrek aan een rijbewijs en een werkende fietsband deed ik vandaag mijn inkopen per openbaar vervoer. Met een rugzak en twee volle shoppers stond ik op het perron. Beladen met kilo’s klei, blikken vernis en glittersteentjes, voelde ik een druppel zweet langs mijn rug gaan. Het had lang geduurd alvorens ik de trap kon trotseren. Spijt van mijn aankopen had ik vooralsnog niet. Toen de trein het perron naderde, zette ik de tassen even neer om op adem te komen. Een donkerharige jongen van mijn leeftijd liep op mij af. Ervanuitgaande dat hij naar de dichtstbijzijnde treindeuren liep, deed ik een stapje opzij en glimlachte lafjes naar hem. Mijn binnenste had onbewust een vooroordeel over de jongen gevormd. Piep-piep-piep. De deuren konden elk moment openen. Zijn zoekende blik verraadde dat hij mij iets wilde vragen.

“Mevrouw,” hakkelde hij. Ik kon horen dat Nederlands niet zijn moedertaal was. “Zal ik u even helpen?” Hij gaf me een oprechte, ietwat verlegen glimlach. De deuren openden.

“Oh. Dankjewel, maar ik red me wel,” Ik tilde de tassen op. “Hier word ik sterk van!” We lachten allebei en gingen onze eigen weg. In de trein dacht ik na. Waar was deze jongen geboren? Wat vond hij van Nederland? Ik durfde het hem niet te vragen uit angst onbeleefd over te komen.

Station Arnhem-Zuid. Ik pinguïnde naar de treindeuren. Er stapte een man uit met gepoetste schoenen. Cognackleurig. Zijn huidskleur kon overduidelijk geen straaltje zon verdragen en zijn haren, vlassig en blond, waren in een scheiding gekamt. Ik had me vergist in de zwaarte van de tassen. Hij sprak geen woord, maar het was duidelijk dat Nederlands zijn moedertaal was. Ik meende mij hem te herinneren van de Facebookgroep van onze wijk, waar hij geregeld praat over de “verpaupering van onze buurt”. De man probeerde mij en mijn tassen te negeren. We liepen exact dezelfde route. Elke dertig seconden moest ik stoppen om de pijn in mijn handpalmen dragelijk te maken. Ik wilde hem vragen of hij een tas wilde dragen, maar ik durfde niet toen ik zijn afkeurende blik zag. De overige vier mannen die ik tegenkwam op mijn route observeerde tevens mijn gestuntel, maar vergaten ook hun hoffelijkheid.

’s Avonds keek ik naar het slotdebat van de verkiezingen. Wilders v.s. Segers. “De islam vormt de grootste bedreiging voor Nederland”, luidde de stelling.

15 maart 2017. Mijn stemmogelijkheid bevindt zich in de basisschool. Ik sta met het stembiljet in mijn handen en denk terug aan de jongen. Ik ben benieuwd naar zijn religie. Leest hij de Koran? Dan zie ik plots de man met het blonde, vlassige haar. Hij kruipt stiekem voor. Ik vraag me af wat hij gaat stemmen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s